Schrijven is moeilijk

Schrijven is leuk — en soms is het moeilijk…

Zo’n drie weken geleden overleed mijn vader. Ik had allerlei stukjes in de pen: over cijferloos lesgeven, de fijnere aspecten van faalvaardigheid, samenwerken wanneer niemand daar zin in heeft – maar er kwam niets. Mijn hoofd was er niet bij. Mijn hoofd was nergens bij. Mijn hoofd was een grote grabbelton gevuld met rafelige snippers.

En toch ben ik gaan schrijven. Misschien wel het moeilijkste stuk dat ik ooit geschreven heb. Het stuk dat ik wilde lezen bij het afscheid van mijn vader.

Ik voelde dat ik ‘iets’ wilde zeggen bij het afscheid. Als enig kind voelde het als de laatste kans om aan de wereld te vertellen hoe ik mijn vader zag, ook al zou de wereld slechts in besloten kring aanwezig zijn. Misschien wel juist daarom.

Maar wat schrijf je op? Hoe vang je de juiste snippers en smeed je ze tot iets wat klopt met je gevoel? Ik had er geen idee van, ik wist alleen dat ik iets moest doen.

Toen merkte ik dat zelfs het schrijven van zo’n ongelofelijk intiem stuk precies op dezelfde manier gaat als het schrijven van een werkstuk over vulkanen, vroeger op school: je hebt een goed idee, je stelt het schrijven uit tot vlàk voor de deadline en dan, op het laatste moment, in een geconcentreerde barenswee ontstaat de tekst. Een paar puntjes bijschaven. Klaar. Goed.

Tot de dag voor de uitvaart had ik alleen een schets. Een verzameling van de mooiste snippers die ik uit de grabbelton van mijn hoofd kon pikken. Het moeilijkste was het besef dat er nog veel meer mooie snippers waren: had ik wel de juiste gekozen? Was het wel waarachtig? Liet ik niet iets weg waar ik later spijt van zou krijgen? – maar ik heb gewoon gekozen. Ik volgde mijn hart en niet mijn hoofd, hoe spannend dat ook was.

En wat bleek: het verhaal klopte. Het leek bijna of het buiten mezelf om was ontstaan. Ik heb er niet over nagedacht, het verhaal is ontstaan. En dat is ergens best een verontrustend proces: je ziet niet precies wat er gebeurt, je weet alleen dat er iets gebeurt — en je hebt geen idee waar het heen gaat.

Normaal raak ik daarvan in paniek: ik twijfel, blokkeer, begin opnieuw — en zie hoe mijn aanvankelijk zo mooie idee wegsmelt als sneeuw voor de zon. Dit keer gebeurde dat niet.

Mijn redding was het feit dat ik zó verdrietig was dat het me niet uitmaakte wat er gebeurde. Als het maar klopte.

Ik wist dat er iets zou komen omdat ik het belangrijk vond. Ik wist dat het zou kloppen omdat het uit mijn hart kwam. En meer had ik niet nodig. Er was geen zorg om het publiek. Er was geen plan voor een effect — pervers voelde dat zelfs: er was alleen een zuiver gevoel dat gecommuniceerd wilde worden – en een heel erg groot vertrouwen.

En het stuk dat uiteindelijk ontstond was kort. Direct. Rauw en liefdevol. Scherp en persoonlijk. Helder en waarachtig. Het sloot naadloos aan op wat de sprekers na mij — twee van de beste vrienden van mijn vader — over hem vertelden. Het was magisch.

Ik leerde door het schrijven voor het afscheid van mijn vader dat niets te groot of te dichtbij is. Dat je niet bang hoeft te zijn om de belangrijke dingen te vergeten. Laat je niet gek maken door wat je denkt dat er ‘moet’ of nodig is. Een goed verhaal dat schrijft zichzelf. Daar kun je op vertrouwen.

Thoughts?