Gijslog 2

Dinsdagmorgen belde ik met de dierenarts, met kloppend hart. "Hij is zojuist heel dapper naar de WC geweest!" hoorde ik haar zeggen. "Oh?" zei ik verbaasd en eigenlijk best wel hoopvol. "Ja, al zegt het eigenlijk niet zo heel veel op dit moment… Toen hij maandag binnenkwam zat hij op een schaal van één tot tien op één. Gisteren zat hij op twee." "En… vandaag?" vroeg ik. "Nou… op drie?" zei de dierenarts voorzichtig. "Jullie moeten er goed rekening mee houden dat jullie vanavond een beslissing moeten nemen…"

Het bleek dat Gijs zo zwak was dat hij in de avond naar de spoedkliniek terug zou moeten om 's nachts gemonitord te worden, en dan de dag daarop weer terug naar de dierenarts om de dagbehandeling voort te zetten. Dan zou hij misschien in het weekend naar huis kunnen en dan maandag weer terug voor een echo, om te kijken wat er met zijn darmen aan de hand was. Want de dierenarts had gemerkt dat daar iets niet goed zat, mogelijk een uitgezaaide tumor die heel moeilijk te behandelen is. Ook dat nog. En dan zouden we ook kunnen zien hoe het met zijn heupen was: mensen die hem kennen weten dat je op een grimmige blik of een felle knauw kon rekenen wanneer je hem laag op zijn rug probeerde te aaien. Mogelijk artritis. Het leek wel alsof alle narigheid zich ineens begon te manifesteren…

Die dag was echt een hel, en niet in het minst voor Gijs. Toen we in de avond naar de dierenarts toegingen en hem in zijn hokje vonden, zat hij er nog steeds zo bedremmeld en afgemat bij als de dagen ervoor, al zocht ik naar tekens van verbetering. De warmte lamp was weg zodat we bij hem konden. Door het infuus en de dwangvoeding had hij weer een beetje massa gekregen, hij voelde ook al een stuk warmer aan van zichzelf, maar het hield nog steeds niet over.

De dierenarts vertelde dat ze ons eigenlijk de dag ervoor al had willen bellen om met ons over het vervolg te praten. Omdat ze ook hoop had en Gijs net als wij een kans wilde geven, heeft ze dat niet gedaan. Maar met zoveel nare kaarten op tafel leek alle hoop behoorlijk ijdel, en wat is het beste voor het beest? Dat is het belangrijkst! Je kan iemand wel kansen willen geven, maar als je daarmee alleen maar loopt te trekken aan iemand die je eigenlijk alleen maar blijer maakt door hem te laten gaan, wat is dan het beste om te doen? Precies. Het was wel duidelijk dat we de behandeling gingen stoppen en dat we Gijs zouden laten inslapen.

Al voor ik die avond naar de dierenarts was gegaan had ik eigenlijk voor mezelf besloten dat ik Gijs gewoon thuis wilde hebben. Hoe dan ook. Dan breng ik hem de volgende ochtend wel weer terug voor prikjes of wat dan ook, maar hij moest naar huis. Zielig zijn in zijn eigen omgeving, op zijn eigen veilige plekje. Nu zei de dierenarts dat we voor onszelf moesten beslissen wat we wilden doen, want voor Gijs maakte het niet uit: nu een prik of de volgende dag. We mochten hem ook mee naar huis nemen en dan zou de dierenarts de volgende dag langskomen om hem een laatste prikje te geven. En dat hebben we afgesproken.

We hebben Gijs die avond thuis op de bank gelegd, hij heeft wat heen en weer gekrabbeld en toen zijn heil gezocht op het plekje waar hij zich altijd verstopte als hij zich naar voelde: onder de bank. Je zag dat hij zich ontspande, niet dat hij opknapte, maar dat hij zich in ieder geval niet meer zo opgenaaid voelde als in de kleine hokjes bij de spoedkliniek of de dierenarts, en dat was waar het om ging.

We hebben hem die avond nog gevoerd en pijnstiller gegeven en ik heb 's nachts bij hem in de kamer geslapen, een beetje zoals in ons oude huis dat maar één kamer had. Voor het slapen is hij nog een keer zo ongelofelijk hard over zijn nek gegaan: hij nam ineens een spurt onder de bank vandaan terwijl hij eerst niet eens kon lopen. Het leek alsof hij het laatste beetje narigheid uit zijn systeem had gebraakt, zo heftig was het. Daarna was hij weer net zo uitgeput als daarvoor en we hebben hem weer voorzichtig onder de bank gelegd.

Comments are closed.