Gijs is al een tijdje wat moeilijk met eten. Nou is ie al zijn hele leven wat moeilijk met van alles, maar het begon ditmaal toch wel op te vallen. Hij vermagerde langzaam en at onregelmatiger dan ooit. Afgelopen vrijdag en zaterdag begon hij zich ook nog af te zonderen op koude plekjes, terwijl hij zelf al erg koud aanvoelde en dat was meer dan genoeg aanleiding om actie te ondernemen. Daarom zijn we afgelopen zondag (met veel dank aan Henny en Willem!!!) naar de Spoedkliniek aan de Weesperzijde gegaan.
Zwaar vermagerd en futloos werd Gijs naar de catacomben van de kliniek afgevoerd om daar door middel van twee kruikjes weer wat op temperatuur te komen. Het zag er allemaal niet zo goed uit en we hadden geen idee wat we konden verwachten.
Toen we aan de beurt waren bleek al gauw dat het niet goed was met Ome gijs. Normaal sloopt hij de tent volledig zodra hij ook maar in de buurt van een artsenpraktijk of dierenopvang komt, maar nu liet hij zich zonder enige vorm van weerstand bevoelen, verplaatsen, scheren en prikken. Dat was misschien nog wel het engste. Hij protesteerde niet. Maar goed. Wat wil je als je zo uitgedroogd bent en ineens nog maar drieënhalve kilo weegt in plaats van de gebruikelijk vijf.
Toen kwam de uitslag van de test. Twee kleine bonnetjes, die aangaven dat zijn nieren OK waren, zijn lever niet en vooral zijn bloedsuiker was veel te hoog. Ik wist even niet zo goed wat ik moest zeggen. Ik wist wel ineens heel goed hoe hij zich moest voelen op dit moment, en waarschijnlijk al langer. Ineens vielen de futloosheid en het vermageren op hun plek: een grote kans op suikerziekte…
Nu is dat goed te behandelen, werd ons verteld, en dat kon ik beamen, maar omdat Gijs er zo slecht bij lag moesten we goed overwegen wat te doen. En dat was niet makkelijk. Het bontzakje botjes dat er op de tafel tussen mijn armen lag bevatte, zo leek het, evenveel leven als een papieren broodzakje. De arts liet ons even alleen om te overleggen. Zonder al teveel woorden dachten Jules en ik na over de keuze. In mijn armen gaf ik Gijs eigenlijk al toestemming om te gaan, als je dat zo kan uitdrukken. Hij voelde zo moe en zwak en krachteloos – en hij ontspande in mijn armen.
Toen zei Jules: "Je kan die beslissing gewoon niet nemen! Als je hem nu opgeeft dan ga je in tegen alles wat je ouders ooit voor je gedaan hebben, hij verdient een kans! Wat nou extra moeite en extra geld, wij hebben maar een luizenleventje en ik wil best die extra moeite doen!"
Dat gaf voor mij de doorslag. Zeker toen de arts, in antwoord op onze vraag naar haar inschatting van de kansen, zei dat ze niets kon voorspellen, maar: waar leven is, is hoop – en ook al was het niet spetterend veel, er was nog zeker wel leven in Gijs aanwezig. We zijn er zonder omhaal voor gegaan.
Toen is de behandeling gestart: Gijs moest de nacht doorbrengen in de kliniek, aan het infuus om aan te sterken en te rehydrateren, zodat er met insuline gestart kon worden. We zouden contact houden en later overleggen over een vervolgplan, afhankelijk van de ontwikkelingen.
Na een warrige dag van bellen, afwachten, plannen, vrij vragen – en krijgen (dank je wel John!) ligt Gijs nu na een ritje met de Dierenambulance bij de Mercatorkliniek hier om de hoek. Onder een broedlamp, met een bakje water en een groen dekentje.
Vanavond wordt er gestart met een insuline voor dieren, in de hoop dat het aanslaat en dat hij in de tussentijd nog weer wat aansterkt en stabiliseert. Dan is het ook nog hopen dat zijn lever er bovenop komt. Als het goed gaat dan mag hij morgenavond naar huis, al dan niet met infuus, zodat hij in ieder geval thuis is. Want ook al is ie nog zo zwak, hij geeft wel duidelijk aan dat hij de dierenarts nog steeds geen toffe plek vindt. Hij moest eens weten.
De arts hier doet er alles aan om hem zo goed mogelijk te krijgen – en dat is echt te gek, ook al is de uitkomst nog helemaal niet zeker. Ze geeft hem vannacht om half twaalf zelfs een tweede prik insuline, omdat dat medicijn regelmaat van toediening vereist. Betere zorg kan je je absoluut niet wensen en we hopen dan ook dat die zorg samen met zijn eigen kracht en een hoop geluk leidt tot een goede uitkomst. Hij heeft in zijn achtjarige leventje al een hoop te verduren gehad, maar als we hem ook maar ergens bij kunnen helpen, dan doen we dat.
Er staan warme harten en ruim zestien jaar diabetes ervaring volledig tot zijn beschikking.
wow.. heftig… arme Gijs. Hij heeft al best veel moeten verduren.
Aan de andere kant is dat wel een goede purificatie, eigenlijk….
Hij gaat absoluut mee in de beoefeningen én de extra medicijnboeddhamantra's!
en jullie ook, natuurlijk!
*kus* en veel sterkte voor jullie allemaal.
aldus.